Annemie Struyf: Op zoek naar “La Vie en Rose”

share

Annemie Struyf: Op zoek naar “La Vie en Rose”

maart 16, 2017

Een boswachtershuisje in Oud Heverlee. Om haar nieuwe programma aan de pers voor te stellen koos Annemie Struyf doelbewust een rustgevende locatie te midden van de natuur. Ook journalisten moeten af en toe eens alle drukte achter zich kunnen laten. Laat dat nu net een rode draad zijn in La Vie en Rose. Acht reportages over Belgen met een Franse droom. Vanaf 16 maart op Eén.

Andere aanpak
In vergelijking met vorige reeksen pakte Annemie het deze keer anders aan. Ze wilde geen werkplek op de redactie en maakte haar agenda een heel jaar vrij. Dat laatste alleen al betekende een ware revolutie voor de goedlachse reportagemaakster.
Rondzwervend van het ene verhaal naar het andere, doorheen de vier seizoenen, gebeurden ook de research en de productie van de reeks in de vrije natuur. Met een mobiele redactie, enkel in het gezelschap van cameravrouw Kristel Waterloos en klankman Toon Echelpoels, trok Annemie in een campertje door La Douce France. In het kielzog van ondernemende landgenoten, bereid alles en iedereen achter te laten op zoek naar hun ultieme droom. Voor de meeste landgenoten staat onze zonnige zuiderbuur met stip op één als favoriete locatie. Annemie: Belgen hebben een enorme connectie met Frankrijk. Toch zijn sommigen uit de reeks vooraf amper naar Disneyland Parijs geweest (lacht).
 

“Iets trager graag”
Annemie: We zijn hier als ploeg met een grote nieuwsgierigheid aan begonnen en hebben onszelf ook meermaals de vraag gesteld of het iets voor ons zou zijn en of deze mensen hun droom zouden kunnen waarmaken. Soms kan het hele avontuur ook een vlucht zijn of kunnen tegenslagen roet in het eten gooien. Maar één voor één waren ze allemaal op zoek naar meer kwaliteit in hun leven. “Alles iets trager, milder, zachter en zonniger graag.” In de mallemolen van het leven droomde ook ik van meer ruimte en natuur en slaakte dezelfde verzuchting van veel Vlamingen.
Toen ik vertelde dat ik in Frankrijk zou gaan rondzwerven en kamperen met mijn collega’s, voelde ik dat verlangen in mijn omgeving des te heviger.

Het heeft ook te maken met onze tijdsgeest. Alles gaat effectief steeds sneller. Mensen van mijn generatie hebben de digitale revolutie van bij het begin meegemaakt. De start van het internet, de eerste fax. Ik had al heel vroeg een mailadres, toen ik naar India op reportage ging. Maar ik kende niemand die er ook één had, ik wist dus nog niet aan wie ik een mail moest sturen (lacht).
 

Negatieve spiraal
De snelheid van die technologische ontwikkelingen, de stroom van negatieve berichtgeving, terrorisme, de vluchtelingenstroom, de asielcrisis en het wankele vertrouwen in de politiek zorgt voor de negativiteit die heel wat mensen te veel wordt. Het kan ook anders. We snakken allemaal naar meer levenskwaliteit en intensiteit van ontmoetingen bijvoorbeeld. In het gehol en in die negativiteit dreigt dat verloren te gaan.
Als mij mensen mij vroeger de vraag stelden, "wat is volgens jou het beste plekje op de wereld?" antwoordde ik steevast “Vlaanderen”. Wij leven op het topje van een gouden berg: onze sociale zekerheid, onderwijs, openbaar vervoer, onze welvaart…Helaas appreciëren we niet meer wat we hebben…

“La vie en rose”
Als je in het zuiden van Frankrijk een bakkerij of een bank binnenstapt, of ze je nu kennen of niet; iedereen zegt steevast “bonjour!” Zo’n beetje meer vriendelijkheid en zachtheid, daar snak ik ook naar.

In de eerste aflevering van La Vie en Rose is de situatie niet altijd even rooskleurig te noemen…
Annemie: Voor mij gaat het in de eerste plaats over het najagen van de droom. Met vallen en opstaan en ieder met zijn eigen beperkingen en mogelijkheden. We beginnen ook in de winter, niet meteen het vrolijkste seizoen. In de lente en zomer komen we meer in de sfeer van de postkaart terecht (lacht).

Sommige mensen lijken bijna onvoorbereid te vertrekken.
Annemie: Dat klopt maar we hebben het gefilmd zoals het is. En mensen bereid gevonden zich te laten filmen op een heel authentieke manier. Niets is fake. Ze overtuigen was niet evident, soms zijn er ook moeilijke momenten.  Maar het vertrouwen was er. Dat ik hen in hun waarde zou laten, de verschillende kanten van het verhaal zou laten zien en dat we er geen uitlachtelevisie van zouden maken. Het is wel fijn om te merken dat je na al die jaren een reputatie hebt opgebouwd, die mensen als betrouwbaar ervaren.

Herkenbaar voor iedereen
Een pakkend moment uit de reeks: Het gezin dat zonder hun zoon vertrekt en later in de reeks herenigd wordt. Moeilijk en herkenbaar die emotie…
Annemie: Da’s ook het fijne aan deze reeks. In elk verhaal zit wel iets dat de kijker op zichzelf kan projecteren. “Zou ik mijn kind een half jaar kunnen achterlaten?  Zou ik het ervoor over hebben om in die omstandigheden in Frankrijk te gaan wonen? Wat zou mij gelukkig maken? Zou ik met mijn partner zo kunnen leven” Als je zo’n avontuur aangaat leef je immers heel dicht op elkaar. Je moet enorm goed overeen komen als koppel én als team. Velen van hen hebben allebei hun vaste baan opgegeven om ginder iets nieuws te beginnen, waarvan de uitkomst niet eens vaststaat. Dat vind ik dan weer heel knap en van lef getuigen. Met de ploeg hebben we ons vaak afgevraagd of we dit zelf zouden aandurven. La Vie en Rose hield ons constant een spiegel voor.
 

“Niet louter observator”
We zijn heel dichtbij die mensen gekomen. Dat wordt nog duidelijk in de volgende afleveringen. De eerste keer voelden ze zich nog wat onwennig met een ploeg erbij maar eens we vaker over de vloer kwamen, werden we met open armen ontvangen. Bijna als deel van de familie. Als Vlaming in het buitenland op bezoek komen helpt ook natuurlijk (lacht). En eens ze ons goed kenden, vroegen ze ons ook wel eens om hulp of raad.

In zekere zin hebben jullie dus zelf meegeholpen om hun project te laten slagen?
Annemie: Soms denk ik er ook zo over. We zijn niet louter observator. Je wordt bijna deel van het verhaal. Ik heb meegelachen en meegehuild maar dat maakt het voor mij ook zo waardevol en plezant om te doen. Dat we een klein steentje hebben kunnen bijdragen, maakt het misschien toch andere televisie. Ik vond het zelf ook heel verfrissend om eens in een ander register te werken. Het gaat hier nu eens niet over de grote problematieken van besnijdenissen en palliatieve zorg. We brengen gewoon het verlangen van de mens naar levenskwaliteit in beeld.  En nee, het wordt geen praatprogramma, we pakken het anders aan.  Deze kleine manier van werken vond ik de max, ik hoop echt dat ik zo nog een tijdje kan verder werken.

Hecht team
Ook met de collega’s on the road werden banden gesmeed.
Annemie: In andere tv-producties is het bijna een heilige regel dat iedereen zijn aparte kamer heeft als je ergens overnacht. Je trekt immers al een hele dag samen op, dat is je enige stukje privacy.  Wij hebben ook dat nog opgegeven. Kristel en ik sliepen samen in de camper en Toon in een tentje. Zo zagen we elkaar ’s ochtends in pyama uit onze camper of tent kruipen. Of we kwamen mekaar in de douche van de camping tegen (lacht). Dat schept al meteen een enorme band.
Met Kristel was die er al, van toen we samenwerkten bij Woestijnvis. Ik wist al dat zij een hele goeie regisseur is. We zitten op dezelfde golflengte. Bij Via Annemie leerde ik Toon kennen, een fijne en vooral zeer bekwame klankman. Klank wordt vaak onderschat. Je kan de mooiste scene in beeld hebben kwa contact en sfeer, maar als je klank niet ok is, kun je ze niet gebruiken.
Ieder om zijn eigen redenen, kwam deze manier van werken ons heel goed uit.

Tijdens je introductie vertelde je schertsend dat de regisseur meestal de baas is.
Heb jij dan toch niet altijd het laatste woord?
Annemie: We werken als duo. Ik denk niet dat Kristel ooit aan iets zal beginnen dat ik niet zie zitten of waar ik mijn twijfels bij heb. Maar omgekeerd ook. Als ik warm loop voor iets en zij niet, begin ik er ook niet aan.  Dat is een subtiel evenwicht want ik trek heel erg de inhoud, de contacten met de mensen, de research en de toon maar zij moet alles kunnen capteren op het moment zelf. Er is geen tweede kans want we doen nooit iets opnieuw. En in de reportage heb je natuurlijk honderd verschillende manieren om dat materiaal vorm te geven. Daarin moet ik haar ook honderd procent kunnen vertrouwen. Als zij dus aangeeft: “Annemie, dat verhaal zit er niet in of deze mensen kunnen dit verhaal niet voldoende trekken.” zegt ze dat ook niet zomaar.
We zijn complementair. Zij houdt het totaalplaatje in het oog en evalueert elke keer; “kunnen we in een aflevering met deze scene, kunnen we dit verhaal verteld krijgen” terwijl ik heel erg in het moment zelf zit. Ik zal alles geven om daar het maximum uit te halen.

“Het verhaal in vier seizoenen”
Na vier seizoenen stoppen we kunstmatig maar een jaar geeft ons toch de tijd om een evolutie en een nuance te brengen. Ik denk wel dat dat afgerond was na een jaar. Omwille van het Frankrijkgegeven vond ik die vier seizoenen belangrijk omdat ik er zelf al veel mensen heb zien komen en gaan. En ik wist dat ik ze niet alleen in de zomer of de herfst kon volgen. Je moet met hen het hele jaar rond. Kwa werkmethode zorgde dat ook voor een goede structuur.

Kleine ploeg, lage drempel, 100 % overgave
Mensen vroegen ons dikwijls, “zijn jullie wel een echte cameraploeg?” Sommigen dachten zelfs dat we een stage deden of zo (lacht). Een buitenlandse televisiezender wordt immers met een grote ploeg geassociëerd. Dat wij vanop een camping zonder veel poeha, een echte ploeg waren, daar hebben we sommigen echt wel van moeten overtuigen. Zoiets heeft natuurlijk als voordeel dat de drempel heel laag ligt en dat ze je gaan beschouwen als hun gasten.
Als wij ergens verhalen gaan maken, geven we ons honderd procent aan de mensen. Ze krijgen alle aandacht, leggen ze in de watten, niet materieel maar met belangstelling. En tijd om naar hun verhaal te luisteren.

Half april vertrekt Annemie weer naar het zuiden, opnieuw Franse horizonten èn een nieuw programma tegemoet.  De kiem ontstond nog tijdens de opnamen van La Vie en Rose. Annemie: Deze kans kon ik niet laten liggen. Dit wordt weer iets helemaal anders. Mijn leven gaat zich opnieuw voor een groot deel in Frankrijk afspelen. En dat is goed want ik was er zeker nog niet op uit gekeken (lacht).

Het resultaat zien we dit najaar op het scherm. (TG)

Hebt u vragen? Onze Customer Service helpt u graag zo snel mogelijk verder.

 

Contacteer ons